Klimaatverandering heeft een directe invloed op de groei van cruciale boomsoorten in Zwitserland. Ondanks dat bomen door stijgende temperaturen eerder in het jaar beginnen te groeien, produceren ze over het geheel genomen minder hout dan tien jaar geleden.
Een verminderde groei in stamdiameter betekent dat de bossen minder CO2 kunnen opnemen, waardoor de opwarming van de aarde minder goed kan worden opgevangen.
Vroegere groeiseizoenen
Onderzoek toont aan dat de start van de stamgroei in de afgelopen tien jaar met enkele dagen is vervroegd. In sommige jaren begon de groei zelfs twee tot drie weken eerder dan aan het begin van de jaren 2000. Tegelijkertijd zijn periodes van hitte en droogte duidelijk toegenomen. Deze weersextremen belemmeren de groei van bomen aanzienlijk.
Water als cruciale factor
Tussen 2012 en 2022 vertoonde geen van de onderzochte boomsoorten een sterkere groei. Eiken en dennen blijven constant groeien, terwijl sparren, zilversparren en beuken zelfs minder groei vertonen. Het gaat hierbij niet om de lengte van het vegetatie seizoen, maar om het aantal dagen waarop daadwerkelijk groei in de stam plaatsvindt. Dit hangt sterk af van de beschikbaarheid van voldoende water.
Wanneer het te heet en te droog is, verdampt er meer water dan de bomen via hun wortels kunnen opnemen. Hierdoor komen ze onder stress te staan en stopt de groei. Afhankelijk van de soort groeien bomen slechts ongeveer 40 tot 110 dagen per jaar. “Uiteindelijk beslissen individuele dagen en uren over hoeveel een boom groeit,” aldus WSL-onderzoeker Arun Bose.







