In de race om kunstmatige intelligentie (AI) komt de Amerikaanse technologie-industrie een nieuw knelpunt tegen. Ondanks hun geavanceerde chips van Nvidia, hebben de Verenigde Staten nu te maken met een ernstig tekort aan elektriciteit voor nieuwe datacenters. Dit tekort kan wel eens het verschil maken in de concurrentie met China, die vooroploopt in de strategie om zijn energiebronnen te benutten.
Datacenters, die nu tot de meest waardevolle gebouwen ter wereld behoren, zijn cruciaal voor het voeden van AI-toepassingen zoals chatbots. Amerikaanse techreuzen hebben miljarden geïnvesteerd in deze infrastructuur, maar nu schreeuwen ze om energie. Volgens rapporten blijven datacenters, zelfs in Silicon Valley, leeg en onverlicht terwijl ze wachten op een constante toevoer van elektriciteit. Lokale energiebedrijven kunnen de groeiende vraag simpelweg niet bijbenen.
De vraag naar dataverwerking groeit exponentieel, vooral na de lancering van systemen zoals ChatGPT. Dit heeft geleid tot een stijging van de investeringen van Amerikaanse techbedrijven, die naar verwachting tot eind volgend jaar samen 737 miljard dollar zullen uitgeven aan nieuwe datacenters. Dit gaat gepaard met een ongekende vraag naar energie: meer dan heel Duitsland in piekmomenten verbruikt.
Steeds hoger oplopende elektriciteitsprijzen zijn een direct gevolg voor Amerikaanse huishoudens, vooral in de nabijheid van deze datacenters. Het probleem wordt versterkt door de verouderde energie-infrastructuur van de VS, die simpelweg de groeiende vraag niet aankan. Zo kunnen geplande datacenters in Santa Clara pas ten vroegste eind 2028 operationeel worden, omdat de benodigde elektriciteitsleidingen nog niet zijn aangesloten.
China daarentegen biedt een geheel andere omgeving. De regering stimuleert techbedrijven met aantrekkelijke aanbiedingen, waaronder aanzienlijke kortingen op stroomkosten wanneer zij datacenters bouwen. Dit zorgt ervoor dat bedrijven zoals ByteDance en Alibaba hun activiteiten snel kunnen opschalen zonder zich zorgen te maken over stijgende energiekosten.
Met enorme investeringen in duurzame energiecapaciteiten, heeft China een overvloed aan energie beschikbaar. De reserves zijn zo groot dat men verwacht dat de energiebedrijven altijd het dubbele kunnen leveren van wat er nodig is. Dit vervangt de openbare zorgen over de stabiliteit van het elektriciteitsnet en biedt ruimte om honderden nieuwe datacenters op te richten zonder druk op de energieprijzen.
De centrale planning in China, gecombineerd met subsidies voor duurzame energie, geeft deze bedrijven niet alleen een strategisch voordeel, maar helpt ook om de Chinese chipindustrie te versterken. Dit alles terwijl de VS nog steeds de bovenhand heeft in high-end chipontwikkeling, waarbij experts inschatten dat China ongeveer tien jaar achterloopt.
Onzekerheid heerst over welke van de twee grootmachten uiteindelijk de AI-race zal winnen. Desondanks voorzien Amerikaanse analisten dat de groei van hernieuwbare energie in de VS op lange termijn ‘glorieuze tijden’ zal brengen, ondanks tegenwerking van politieke leiders. Maar de honger naar energie in Amerikaanse datacenters is zo groot dat het moeilijk zal zijn om aan de vraag te voldoen zonder drastische veranderingen.







