Reactie van het INE op opmerkingen van Nadia Calviño
De Asociación de Estadísticos Superiores del Estado (AESE) heeft een verklaring uitgebracht over de opmerkingen van Nadia Calviño. Deze opmerkingen zijn opgenomen in haar boek “Dos mil días en el Gobierno” en verwijzen naar de rol van het Instituto Nacional de Estadística (INE) en de vermeende ‘hulp’ van het Ministerie van Economie bij hun technische werkzaamheden.
AESE beschouwt deze uitspraken als ongepast en schadelijk voor de geloofwaardigheid van het INE en het publieke statistische systeem. Ze herinneren eraan dat de professionele onafhankelijkheid van het INE is gewaarborgd door de Code van Goede Praktijken van de Europese Statistieken en de Wet op de Publieke Statistische Functie.
Daarnaast benadrukken ze dat dergelijke uitspraken het vertrouwen van burgers en internationale instanties in officiële gegevens kunnen ondermijnen, gegevens die cruciaal zijn voor zowel publieke als private besluitvorming. AESE onderstreept ook de nauwkeurigheid, professionaliteit en onafhankelijkheid van het technische personeel van het INE en erkent de professionals die dagelijks de betrouwbaarheid van de officiële statistieken van Spanje waarborgen.
Belangrijke punten uit de verklaring van AESE
In de verklaring van AESE wordt de volgende informatie benadrukt:
- Meer dan drie jaar geleden, op 27 juni 2022, heeft AESE een verklaring uitgebracht naar aanleiding van berichten in de media over de intentie van de regering om de vorige voorzitter van het INE te vervangen. Deze beslissing leek te zijn gemotiveerd door de discrepantie tussen de cijfers die door het INE werden gepubliceerd en de voorspellingen van de regering, zoals het bruto binnenlands product (BBP) en de consumentenprijsindex (CPI).
- Het Ministerie baseerde zijn economische voorspellingen op de ‘Indicador Sintético de Actividad’, een statistiek die niet deel uitmaakt van het Nationale Statistische Plan en dus, ongeacht de validiteit, geen officiële statistiek is.
- Het is verrassend en ontmoedigend dat het ministerie publiekelijk de geldigheid van de officiële gegevens van het INE in twijfel trok.
In haar boek beweert Nadia Calviño: “In het Ministerie van Economie wisten we dat er een probleem was met de methodologie voor de schatting van het BBP van het INE. We hebben nooit echt begrepen waarom, maar het statistiekbureau had jarenlang een schatting van de activiteit die veel lager was dan de werkelijke.” Calviño verwijst naar haar inspanningen om de methodologie van het INE te verbeteren. Ze stelt dat het ministerie “probeerde hen te helpen bij het zoeken naar consistentie tussen de verschillende indicatoren” en modernere technieken te integreren.
Gevaren van politieke inmenging
AESE wijst op de gevaren van politieke inmenging in het INE. De uitspraken van Calviño komen in een context die niet improviserend kan zijn, zoals de publicatie van een boek. Dit is een serieuze aangelegenheid, aangezien het lijkt op een poging tot inmenging die volledig in strijd is met de Code van Goede Praktijken en het institutionele respect dat een politiek bestuurder aan de openbare administratie en haar werknemers moet tonen.
De pogingen tot inmenging zijn in het INE niet geslaagd, maar kunnen aanzienlijke schade toebrengen aan de instelling en de geloofwaardigheid van haar statistieken, vooral gezien de positie van Calviño als president van de Europese Investeringsbank. Dit komt voort uit een toenemend wantrouwen van de samenleving tegenover andere staatsinstellingen.
Ondersteuning voor INE-werknemers
Tenslotte wil AESE hun steun en erkenning betuigen aan de werknemers van het INE, met name diegenen die werken in de Nationale Rekenkamer. Hun ervaring en professionaliteit zijn een garantie voor de kwaliteitsborging van de officiële statistieken, zoals erkend in de eigen voortgangsrapporten van de implementatie van de Code van Goede Praktijken. AESE wil ook expliciet de huidige leiding van het INE erkennen, die ondanks deze moeilijke omstandigheden de professionele onafhankelijkheid en autonomie van het bureau waarborgt.







