Een recent ontdekte dinosaurusfossiel in Hongarije challengeert alles wat we tot nu toe dachten over dinosaurussen in Europa. De vondst, gedaan in de buurt van Iharkút, niet ver van Veszprém, heeft geleid tot nieuwe inzichten in de diversiteit van hoornachtige dinosaurussen zoals de iconische Triceratops.
Volgens professor Attila Ősi van de Universiteit van ELTE, die deel uitmaakt van het internationale onderzoeksteam dat de vondst heeft bestudeerd, is het essentieel om te blijven graven. “Dit vondst toont aan dat de Ajkaceratops kosmisch, een soort van hoornachtige dinosaurussen, daadwerkelijk bestond in Europa,” aldus Ősi. Dit verandert onze kijk op de fauna van de Europese eilanden tijdens het Krijt.
De regio rond Iharkút zag er tijdens het late Krijt heel anders uit dan vandaag. Het was een droog gebied dat miljoenen jaren bestond aan de noordkust van de Tethyszee, met een sub-tropisch ecosysteem vol rivieren en weelderige vegetatie. De Ajkaceratops, die ongeveer anderhalve meter lang was, leefde hier en had een sterke snavel om bladeren af te knippen.
In tegenstelling tot zijn Noord-Amerikaanse neef had de Iharkút-dinosaurus geen hoorn of opvallend kraag. Het nieuwe onderzoek bevestigd echter dat deze soort duidelijk tot de ceratopsianen behoort. British paleontologist Susannah Maidment van het Natural History Museum in Londen merkte op: “Toen ik de foto’s van het vondst zag, realiseerde ik me onmiddellijk dat dit anders was dan alles wat we eerder hebben gezien.”
De evolutie van dinosaurussen begon in het Trias, ongeveer 230 miljoen jaar geleden. Dinosaurussen evolueerden in verschillende takken, waaronder de Saurischia, die vleesetende en enorme herbivoren omvatte, en de Ornithischia met soorten als de Triceratops. De geschiedenis van hoornachtige dinosaurussen begint in het late Jura in Azië. Hun eerdere aanwezigheid in Europa was tot nu toe niet bewezen door een fossiel, tot de ontdekking van de Ajkaceratops.
Wetenschappers waren verrast dat de met unieke kenmerken bedekte Ajkaceratops eigenlijk verwant was aan sommige eerder als losstaande soorten beschreven dinosaurussen. Het nieuwe fossiel laat zien dat er meer overlap is tussen de karakteristieken van hoornachtige dinosaurussen en andere soorten die eerder als aparte groepen werden beschouwd. “Dit betekent dat we lange tijd dinosaurussen op de verkeerde plaats in de evolutieboom hebben gezet,” aldus Maidment.
Deze ontdekking suggereert dat hoornachtige dinosaurussen misschien niet zo zeldzaam waren in het late Krijt van Europa, en integendeel, ze waren wellicht vrij gebruikelijk. Dit opent de deur naar nieuwe inzichten in de biodiversiteit van het late Krijt, wat eerder als uniek werd beschouwd. De onderzoeksuitkomsten duiden erop dat de herbivoren van de Europese eilanden heel typisch zouden kunnen zijn geweest, vergelijkbaar met hun tegenhangers in Azië en Noord-Amerika.
Met deze ontdekkingen komt de discussie voortaan ook op de vraag of andere dinosaurussen uit het Midden- en Oost-Europa ook vertegenwoordigd waren. De vondsten in Iharkút blijven vragen oproepen en zijn van groot belang voor het begrijpen van de evolutie van dinosaurussen op het continent.
Deze ontdekking benadrukt niet alleen het belang van verder onderzoek in de regio, maar toont ook aan dat er nog veel te leren valt over de verleden tijd van de aarde. “Het is een bewijs dat er nog veel meer te ontdekken valt,” voegde Ősi toe. De onderzoeken in Iharkút zijn mogelijk gemaakt dankzij de steun van verschillende instellingen en particuliere donateurs die geïnteresseerd zijn in dinosauruskunde.







